beheer van de Mashut

Naast de natuurlijke gesteldheid en de omgeving bepalen ook de aanleg en wijze van onderhoud van het terrein welke planten en dieren er voorkomen.

Het gebied was heideveld totdat het in 1917 werd ontgonnen. Erg goed is de grond niet en het was dan ook een van de laatste ontginningen in de streek. Het geheel is tot 1960 in gebruik geweest als boerenbedrijf maar was te klein om van te kunnen leven.

boomgaard

De boomgaard is aangelegd voor productie, maar na 1960 gehandhaafd voor de sierwaarde.
De oude en jonge hoogstamfruitbomen (oude rassen), hebben als ondergroei gras, dit wordt om het jaar licht bemest en eenmaal per veertien dagen gemaaid (maaisel gemulched en niet afgevoerd). De fruitbomen worden licht gesnoeid om de kroon luchtig te houden. Het fruit wordt opgegeten (door mens en dier) of gemulched.

Het weiland is tot 1988 in gebruik geweest als maïsakker. Daarna is het ingezaaid met gras en sindsdien eenmaal per jaar in september gemaaid met een lichte machine. De maaier is er eigenlijk niet geschikt voor en dit heeft tot gevolg dat er stukken ongemaaid blijven, waardoor diversiteit ontstaat. Het meeste maaisel wordt afgevoerd.

De bomen worden gedund als dat nodig is, waarbij loofbomen vrijwel altijd de voorkeur krijgen boven naaldbomen.

De houtwallen (bosplantsoen met zoveel mogelijk inlandse soorten) zijn aangelegd in 1996 en 2000. Alle soorten bomen zijn in groepjes van 4 ingeplant. Bij het dunnen verdwijnen 3 van de 4 bomen, zodat er uiteindelijk minder staan maar het aantal soorten gelijk blijft.

De siertuin wordt met de hand en de snoeischaar gewied. Nergens is de blote grond zichtbaar. De sterkste planten overleven. Zevenblad bijvoorbeeld is een ideale nectarplant voor insecten en mag op veel plaatsen staan, maar niet overal. Door het wieden ontstaan kleine verstoringen die de diversiteit bevorderen.

kruiwagen

De poel is in 2000 gegraven in het weiland. De oostelijke helling is heel steil, de westelijke geleidelijk. De waterstand gaat op en neer met het grondwaterpeil,maar zelfs in droge zomers staat er nog een beetje water in. Het verschil tussen zomer- en winterstand is zeker 2 meter.
De opslag van wilgen en berken wordt met de hand verwijderd, riet voor zover het droog staat ook.

streep